Principes

~Lexicon
solutions-toitures
Lexicon

Een beetje meer uitleg...


Chemisch vertakt:
De vorming van het netwerk van cellen en vezels gebeurd volgens een chemisch procédé. Deze procedure is minder lang en kost minder dan fysische vertakking maar het verkregen schuim van polyethyleen is van minder goede kwaliteit. Het is nochtans dit soort schuim dat meestal bij de samenstelling van dun isolatiemateriaal wordt gebruikt. Voordurend op zoek naar kwaliteit, biedt Insulco alleen maar schuimen aan die fysisch vertakt zijn, wat dus ook het geval is bij Thermosulit.


Condensatie:
Verandering van gas of damp tot vloeistof. Dit fenomeen ontstaat o.a. wanneer er een contact warm/koud is zoals bijvoorbeeld bij minerale wol wanneer de kou van buiten in contact komt met de warmte die van binnen komt.


Condensatiepunt:
Komt overeen met het dauwpunt. Plaats waar het verschil in temperatuur tussen kou en warmte condensatie doet ontstaan.


Convectie:
Overdracht van thermische energie door de luchtcirculatie.


Dauwpunt:
Komt overeen met het condensatiepunt. Plaats waar het verschil in temperatuur tussen kou en warmte condensatie doet ontstaan.


Fusie:
Fusie gebeurt wanneer een voorwerp van vast naar vloeistof gaat onder invloed van warmte. Het is het procédé dat gebruikt wordt om polyolefineschuim en aluminium van Thermosulit te verenigen. Door dit procédé moeten de verschillende lagen niet gelijmd of genaaid worden. De lijm kan giftig zijn en biedt geen constante samenhang van de materialen aan elkaar. Het naaien bevestigt slechts punctueel de materialen samen wat het snijden minder eenvoudig maakt. Bovendien vormen de punten van naaien veelvoudige warmtebruggen.


Fysisch vertakt:
De vorming van het netwerk van cellen en vezels gebeurt volgens een fysisch proces. Dit procédé is langer en kost meer dan chemische vertakking, maar maakt het mogelijk om een schuim van polyolefine te verkrijgen dat efficient en onvervormd blijft op lange termijn. Thermosulit is een van de enige dunne isolatiematerialen op de markt die een dergelijk schuim gebruikt.


Geleiding:
Overdracht van warmte door materialen.


Geleidingsvermogen:
Eigenschap van een voorwerp om warmte over te dragen.


Glaswol:
Thermisch isolatiemateriaal gebruikt in de bouwsector bestaande uit vezels op minerale basis.


Hygrometrie:
De hygrometrie of vochtmeting is het vochtigheidsniveau in de lucht.


Keper of span:
Houten balk die van nok tot voet loopt. De panlatten worden op de kepers bevestigd.


K-waarde:
Globale isolatiewaarde van een gebouw. Hoe lager de K-waarde, hoe beter het huis geïsoleerd is en hoe minder warmteverliezen er zijn. De K-waarde wordt berekend aan de hand van de U-waarde van de aparte constructieonderdelen (vloer, dak, wand, ...). Verder speelt ook de compactheid van de woning een rol voor de K-waarde. Hoe compacter de woning, hoe lager de K-waarde. Concreet wil dat bijvoorbeeld zeggen dat lege ruimtes de K-waarde doen stijgen en dat een kubusvormige woning in het algemeen een lagere K-waarde haalt dan een rechthoekige woning die op dezelfde wijze geïsoleerd is.


Lambda-waarde:
Relatieve isolerende waarde van een bepaald materiaal. Voor een zelfde dikte, hoe lager de lambda-waarde, hoe beter het materiaal isoleert. Dat wil evenwel niet zeggen dat materialen met een lage lambda-waarde sowieso beter zijn voor de isolatie dan materialen met een iets hogere lambda-waarde. De hogere lambda-waarde kan immers gecompenseerd worden door een dikkere uitvoering van het materiaal.


Lambrisering:
Wand- of plafondbetimmering.


Lat:
Lange stukken van geraamte in hout, dun, nauw en vlak.


Latwerk:
Latten zo geplaatst dat ze als basis kunnen dienen om er iets op te bevestigen.


Minerale wol:
Materiaal op basis van minerale vezels (glas, rots enz.)


Nok van een dak:
Balk die de bovenrib van een dak maakt. De kepers steunen op de nok.


Onderdak:
Dient als tweede dekking na de dakpannen. Plaats zich op de kepers en maakt het huis lucht- en waterdicht. Thermosulit kan, in één enkel product, als isolatiemateriaal en als onderdak dienen.


Polyesther of PU isolatie:
Isolerend schuim dat bestaat in de vorm van starre panelen of vooruitgeworpen schuim. Dit soort materiaal wordt hoofdzakelijk voor de isolatie van de muren van een woning in de vorm van in elkaar geschoven panelen gebruikt.


Polyolefineschuim:
Polyolefineschuim is een derivaat van polyethyleen. In tegenstelling tot de meeste schuimen is de schuim gekozen voor de Thermosulit fysischDe vorming van het netwerk van cellen en vezels gebeurd volgens een fysisch procedé. Meer uitleg hierboven en niet chemischDe vorming ven het netwerk van cellen en vezels gebeurd volgens een chemisch procédé. Meer uitleg hierboven. vertakt.
Het verkregen schuim is van zeer hoge kwaliteit en biedt talrijke voordelen. Het bestaat uit gesloten in plaats van open cellen. Aangezien de ‘luchtbellen’ van het product microscopisch klein zijn is de warmtegeleidingsvermogen van dit schuim zeer laag. Op zichzelf heeft dus het polyolefineschuim gebruikt voor de Thermosulit al een zeer goede isolatiewaarde (0.034 W/mK)!
Met gesloten cellen werken betekent ook dat wanneer men ze vastniet of spijkert, het schuim niet opent en geen thermische brug veroorzaakt.
Bijkomende troef is dat het polyolefineschuim van Thermosulit niet brandbaar is en niet smelt, hetgeen dus uitbreiding van de brand vemijdt! Bij direct contact met een vlam, vergaat het schuim langzaam maar schiet niet in brand.


Polystyreen:
Kunststof die door polymerisatie van styreen wordt verkregen. Bestaat in de vorm van panelen met isolerende eigenschappen. Dit soort materiaal wordt hoofdzakelijk voor de isolatie van de muren van een woning gebruikt in de vorm van in elkaar geschoven harde panelen.


Reflectieprincipe:
Reflectie is de werking van een golf die van richting verandert bij het stoten tegen een ander voorwerp. Dat ander voorwerp is dus een reflecterend oppervlak. De isolatiefolie van Thermosulit garandeert deze functie.


Rotswol:
Thermische isolatiemateriaal gebruikt in de bouwsector bestaande uit vezels op minerale basis.


Straling:
Overdracht van thermische energie onder de vorm van electromagnetische golven.


Thermische brug:
Punt langs waar er een verlies van warmte is. Elke overgang door een isolatiemateriaal waar warme lucht in contact is met koude lucht is een thermische brug. Bijvoorbeeld, ruimte tussen de kepers en rotswol, panelen die niet goed in elkaar geschoven zijn of nog een gat in een dun isolatiemateriaal zijn bron van thermische bruggen.


U-waarde:
Isolatiewaarde van een bepaald onderdeel van de woning (vb. vloer, wand, dak,...). vervangt de vroegere k-waarde (met kleine k; niet te verwarren met K-waarde). De U-waarde van een constructieonderdeel komt overeen met de hoeveelheid warmte die per uur, per vierkante meter en per graad temperatuurverschil tussen binnen- en buitenmuur overgaat van de lucht in een binnenruimte naar de buitenlucht. Concreet wordt de U-waarde berekend door de lambda-waarde van de stenen, het isolatiemateriaal,... te delen door de dikte (uitgedrukt in meter).


Ventilerende nokdakpan:
Dakpan die op het hoogste punt van een dak komt om de nok te bedekken.


Ventilerende dakpan:
Dakpan die een kleine opening heeft zodanig dat er ventilatie is in het dak.


Vertakken:
Resultaat van de vorming van cellen en vezels verenigd in netwerk. Het vormen van polyethyleen kan zich gebeuren door chemischeZie uitleg hierboven. of fysischeZie uitleg hierboven. vertakking.


Vezelachtig:
Wordt geproduceerd vanuit minerale of plantaardige vezels. Een vezelachtig materiaal kan irriterend zijn en zo de plaatsing onaangenaam of erger nog, ongezond maken. Thermosulit is helemaal vezelloos.

Begin van de pagina